Analyse van de nieuwe Wet op de Defensiegereedheid (WODG)
|
Het zou allemaal nodig zijn, vanwege een ‘grootschalig conflict’ dat ‘in Europa zich op korte termijn kan aandienen’, zo staat het in de toelichting bij de wet. De regering wijst daarbij vooral naar Rusland. Mark Akkerman van Stop Wapenhandel analyseerde de wet en deelde zijn vernietigende conclusies tijdens de vredesactie op het Spui op 24 juni 2026.
Vorig jaar hield ik hier al eens een praatje over de Wet op de defensiegereedheid (WODG), die door de vorige extreemrechtse regering geïntroduceerd werd. Na een internetconsultatie en advies van de Raad van State ontving de Tweede Kamer gisteren het definitieve wetsvoorstel. Dat zal waarschijnlijk na het zomerreces behandeld worden. De wet is gericht op het wegnemen van zogenaamde 'obstakels' voor de gereedstelling van de krijgsmacht, voor oefeningen en andere vormen van oorlogsvoorbereiding. Wat zijn de grootste bezwaren tegen deze wet? Regels ter bescherming van natuur en milieu worden opzijgeschoven Defensie laat zich al weinig aan zulke regels gelegen liggen, maar met de nieuwe wet in de hand hoeft dat straks ook niet meer. Hele delen van andere wetten kunnen niet van toepassing verklaard worden, en normale procedures voor vergunningen hoeven niet gevolgd te worden. Zo wordt de bescherming van kwetsbare vogel- en andere diersoorten losgelaten, kunnen mensen geconfronteerd worden met toenemende geluidsoverlast, kan extra stikstofruimte worden ingenomen door Defensie en kunnen veiligheidsregels met betrekking tot vliegen en munitie genegeerd worden. Wat dat laatste betreft: herinneren we ons nog de grote natuurbranden op militaire oefenterreinen eerder dit jaar? ‘Heel vervelend, maar we moeten blijven oefenen om klaar te zijn voor crises en om onze mensen op te leiden’, zei Commandant der Strijdkrachten Eichelsheim toen. Inspraak en rechtsbescherming worden ingeperkt Waar Defensie vrijgesteld gaat worden van vergunningprocedures vervallen ook inspraakmogelijkheden. Daarnaast wordt het onmogelijk gemaakt om in bezwaar te gaan tegen besluiten die op grond van de Wet op de defensiegereedheid worden genomen. Beroep bij een rechter staat nog wel open, maar dat is natuurlijk een veel hogere drempel. Dat Defensie weinig op heeft met inspraak en democratie blijkt natuurlijk vaker. Zo kwamen er ruim 2200 bezwaren binnen tegen onderdelen van het programma Ruimte voor Defensie. Defensie veegde die nagenoeg allemaal zo van tafel. Privacy komt onder vuur te liggen Defensie wil ook wettelijke ruimte krijgen om te kunnen oefenen met het verzamelen en verwerken van persoonsgegevens. De mogelijkheden van de nieuwe wet gaan ver, tot gericht onderzoek naar personen ‘die een gevaar vormen voor de gereedstelling’ aan toe. Het wetsvoorstel noemt daarbij vooral vijandelijke militairen, maar zo’n bepaling is natuurlijk ook in te zetten tegen vredesactivisten of natuurbeschermers, tegen ons dus. En daar mag alles van verzameld worden, waaronder informatie over etnische afkomst, politieke en religieuze overtuigingen, lidmaatschap van een vakbond en seksuele voorkeuren. Informatie mag ook met andere landen gedeeld worden. Er komt meer ruimte voor werving van nieuwe militairen Dat de krijgsmacht veel nieuwe militairen wil, en dat die werving nog niet heel erg opschiet, is geen nieuws. Al eerder kondigde de regering daarom aan een enquête naar jongeren tussen de 18 en 27 te willen sturen om hun belangstelling naar een baan bij Defensie te peilen. De nieuwe wet gaat ook dit mogelijk maken. Als het aan de regering ligt wordt het invullen van de enquête verplicht. Daarnaast gaat Defensie de keuringseisen verlagen. Als dat onvoldoende nieuw kanonnenvoer oplevert dreigt een herinvoering van de opkomstplicht, de actieve dienstplicht. Arbeidsrechten staat op het spel Het is de vraag hoeveel mensen nog bij Defensie willen werken als ze zouden weten wat de Wet op de defensiegereedheid voor gevolgen kan hebben voor hen. Defensie krijgt namelijk ook de bevoegdheid om de arbeidsrechten van het eigen personeel, en afspraken daarover met de vakcentrales, buiten werking te stellen. Dit betekent dat militairen en burgerpersoneel gedwongen ergens geplaatst kunnen worden, en gedwongen kunnen worden tot overwerk en werk buiten reguliere tijden, dat toeslagen niet uitbetaald hoeven worden enzovoort. Het felste protest tegen het wetsvoorstel komt opmerkelijk genoeg dan ook vanuit militaire vakbonden, die woedend zijn en Defensie dictatoriaal gedrag verwijten. En de bevoegdheden van Defensie worden fors uitgebreid De Wet op de defensiegereedheid creëert de mogelijkheid voor Defensie om wetten buiten spel te zetten. Dat mag de minister grotendeels zelf beslissen. Als de wet wordt aangenomen gaan voor tientallen militaire locaties direct allerlei ontheffingen gelden, voor bijvoorbeeld laagvliegen, schietoefeningen en vervoer van gevaarlijke stoffen. De regering kan dezelfde soort ontheffingen ook elders toepassen. Maar dat is niet alles De wet kent een open einde, want hiernaast mag de regering zelf bepalen welke andere activiteiten zij nodig acht voor de ‘gereedheid’ van de krijgsmacht, en ook daar vrijstellingen voor verlenen. Kortom: deze nieuwe wet geeft Defensie op diverse vlakken de mogelijkheid om mogelijke juridische hobbels opzij te schuiven. Dit kan grote gevolgen hebben, vooral op lokaal niveau. Het past naadloos in het dominante politieke discours van militarisering en oorlogsvoorbereiding, en van de idee van een oorlogseconomie, waarin militaire doelen prioriteit krijgen. Waarom zulke vergaande maatregelen nodig zouden zijn wordt uit de toelichting van de regering bij de wet niet duidelijk. Sterker nog, de onderbouwing is in feite flinterdun en richt zich volledig op de vermeende noodzaak van weerbaarheid tegen een vermeende Russische dreiging. De feiten wijzen een andere kant op: de militaire capaciteiten van Rusland zijn veel beperkter dan die van NAVO- of EU-zijde. Rusland is er na ruim vier jaar nog niet in geslaagd Oekraïne te verslaan en kampt met een instortende economie. Een Russische aanval op een NAVO- of EU-land is niet aan de orde. De feiten lijken er echter weinig toe te doen. Ruim 1500 grotendeels negatieve reacties in de internetconsultatie, waaronder van militaire vakbonden, natuurbeschermingsorganisaties, juristen en lokale en regionale overheden, leiden niet tot wezenlijke aanpassingen. De Raad van State adviseerde grotendeels positief over het wetsvoorstel, waarbij hij expliciet uitsprak de noodzaak voor de wet in te zien. En de Tweede Kamer drong per motie, aangenomen met 120 stemmen voor, aan op zo snel mogelijke behandeling van het wetsvoorstel. De Kamer wil hiermee afwijken van normale procedures, om besluitvorming te versnellen. Dit is onderdeel van een gevaarlijke ontwikkeling, zowel op Nederlands als op Europees niveau, om democratische besluitvorming en toezicht opzij te schuiven als het gaat om militaire aangelegenheden. Diepgaand proces van militarisering De Wet op de defensiegereedheid laat zien hoe diepgaand het huidige proces van militarisering doorwerkt. Dit draagt bij aan escalatie en geweld op internationaal niveau, maar deze en andere maatregelen en plannen maken de gevolgen ook dichter bij huis voelbaar. Denk aan de bezuinigingen op zorg en sociale zekerheid om aan de NAVO-norm voor militaire uitgaven te gaan voldoen, vooral om veel nieuwe wapens te kopen. Jongeren moeten straks verplicht een enquête over werken bij Defensie invullen, en als alle dubieuze wervingsactiviteiten onvoldoende werken wordt mogelijk een 'selectieve opkomstplicht' ingevoerd. • Scholen en universiteiten worden gebruikt als wervingsplaatsen voor nieuwe militairen. Ziekenhuizen trekken steeds meer samen op met Defensie en oefenen op scenario's met grote aantallen oorlogsgewonden. • Op de spoorwegen kunnen militaire treinen binnenkort voorrang krijgen, waardoor personenvervoer urenlang stil kan komen te liggen. • Kerken wordt gevraagd na te denken over een ondersteunende rol voor militaire inspanningen. • Bedrijven maken afspraken met Defensie om werknemers meer ruimte te geven als reservist. • Er is wetgeving in de maak om wapenbedrijven te prioriteit te kunnen geven bij het leveren van schaarse grondstoffen of componenten voor wapens. Veel van deze maatregelen en plannen worden haast geruisloos ingevoerd. Er is niet of nauwelijks tegengeluid te horen. Laten we het voorstel voor de Wet op de defensiegereedheid niet op deze manier laten passeren. Verzet is hoognodig, weg met die wet! Mark Akkerman werkt bij Stop Wapenhandel, een onafhankelijke onderzoeks- en actiegroep in Amsterdam |
Klik hier om te bewerken.
|
|